الحديث الخامس والعشرون: فضل الذكر
عن أبي ذر
أيضاً، أن ناساً من أصحاب رسول الله
قالوا للنبي
: يا رسول الله ذهب أهل الدثور بالأجور؛ يُصلُّون كما نصلي، ويصومون كما نصوم، ويـتـصـدقــون بفـضـول أمـوالهم. قـال
: { أولـيـس قـد جعـل الله لكم ما تصدقون؟ إن لكم بكل تسبيحة صدقة، وكل تكبيرة صدقة، وكل تحميدة صدقة، وكل تهليلة صدقة، وأمر بالمعروف صدقة، ونهي عن المنكر صدقة، وفي بضع أحـد كم صـدقـة }.
قالوا : يا رسول الله، أيأتي أحدنا شهوته ويكون له فيها أجر؟
قال: { أرأيتم لو وضعها في حرام، أكان عليه وزر؟ فكذلك إذا وضعها في الحلال، كان له أجر }.
[رواه مسلم:1006].
-------------------------------------------------
Aboe Dharr verhaalt dat een aantal mensen van de metgezellen van de Boodschapper van Allah tegen de Profeet zeiden:
“O Boodschapper van Allah, de vermogende mensen zijn er met de beloningen vandoor gegaan. Zij bidden zoals wij bidden, zij vasten zoals wij vasten en geven liefdadigheid uit van hun overtollige bezit.” Hij (De Profeet ) zei: “Heeft Allah jullie niet in staat gesteld liefdadigheid te geven? Waarlijk, elke Tasbiehah is liefdadigheid. Elke Takbierah is liefdadigheid. Elke Tahmiedah is liefdadigheid. Elke Tahlielah is liefdadigheid. Het aansporen tot het goede is liefdadigheid. Het weerhouden van het verwerpelijke is liefdadigheid. En de geslachtsdaad van eenieder van jullie (tijdens de huwelijksgemeenschap) is liefdadigheid.”
Zij vroegen: “O Boodschapper van Allah, iemand van ons bevredigt zijn seksuele begeerten en nog komt hem daarvoor beloning toe? Hij zei: “Wat denken jullie als hij het op verboden wijze zou hebben gedaan: zou hem dan geen bestraffing toekomen? Zo ook komt hem een beloning toe als hij het op de toegestane wijze doet.”
(Overgeleverd door Moeslim)