الحديث الرابع: مراحل الخلق
عن أبي عبد الرحمن عبد الله بن مسعـود رضي الله عنه، قال: حدثنا رسول الله
- وهو الصادق المصدوق: { إن أحـدكم يجمع خلقه في بطن أمه أربعين يوماً نطفه، ثم يكون علقةً مثل ذلك، ثم يكون مـضغـةً مثل ذلك، ثم يرسل إليه الملك، فينفخ فيه الروح، ويـؤمر بأربع كلمات: بكتب رزقه، وأجله، وعمله، وشقي أم سعيد؛ فوالله الـذي لا إلــه غـيره إن أحــدكم ليعـمل بعمل أهل الجنه حتى ما يكون بينه وبينها إلا ذراع فيسبق عليه الكتاب فيعـمل بعـمل أهــل النار فـيـدخـلها. وإن أحدكم ليعمل بعمل أهل النار حتي ما يكون بينه وبينها إلا ذراع فــيسـبـق عليه الكتاب فيعمل بعمل أهل الجنة فيدخلها }.
[رواه البخاري:3208، ومسلم:2643].
------------------------------------------
Aboe cAbdur-Rahmaan cAbdullah ibnoe Mascoed overlevert: “De Boodschapper van Allah - vrede zij met hem -, en hij is de Waarheidsgetrouwe, de Geloofswaardige, heeft ons verteld
“Waarlijk, de schepping van eenieder van jullie vindt plaats in de buik van zijn moeder, dit gedurende veertig dagen in de vorm van een noetfah (levenskiem). Daarna is het net zo lang een calaqah (bloedklonter). Vervolgens is het net zo lang een moedghah (een vleeskauwsel). Dan wordt er een Engel naar hem gestuurd die in hem de ziel blaast en die belast is met de volgende vier zaken; het opschrijven van:
- Zijn levensonderhoud
- Zijn sterfdag
- Zijn daden
- En of hij een ellendeling of gelukzalige zal zijn (in het Hiernamaals).
Bij Allah, buiten Wie er geen god is, iemand van jullie zal werkelijk het soort daden verrichten dat toebehoort aan de mensen van het Paradijs, totdat er tussen hem en dit (Paradijs) niet meer dan een armslengte afstand is, dan overkomt hem datgene wat voorbeschikt is en hij zal het soort daden verrichten dat toebehoort aan de mensen van de Hel, waarna hij deze (uiteindelijk) zal binnentreden. En (zo ook) zal iemand van jullie het soort daden verrichten dat toebehoort aan de mensen van de Hel, totdat er tussen hem en deze (Hel) niet meer dan een armslengte afstand is, dan overkomt hem datgene wat voorbeschikt is en hij zal het soort daden verrichten dat toebehoort aan de mensen van het Paradijs, waarna hij dit (uiteindelijk) zal binnentreden.”
(Overgeleverd door al-Boekhaari en Moeslim)